Bestuursverslag 2018

Voorwoord

2018 was wederom een mooi en goed jaar voor Catent, en in dit bestuursverslag nemen we u in woord en beeld mee, delen we onze resultaten van dat jaar graag met u.
Dit verslag is tevens bestemd voor het afleggen van verantwoording aan toezichthoudende instanties. En het is openbaar, en daarmee beschikbaar voor allen die geïnteresseerd zijn in het functioneren van onze stichting.

We hebben ons met veel plezier en passie ingezet voor de ontwikkeling van de leerlingen die onze scholen bezoeken, en onze professionals in de scholen hebben laten zien dat zij daarbij iedere dag opnieuw enorme inzet daartoe tonen. En waarbij zij leren van en met elkaar. Vanuit de voor alle scholen beschikbare expertise (expertiseteam, staf etc.) is op maat ondersteuning beschikbaar. Samen hebben we ervoor gezorgd dat er op alle beleidsterreinen resultaten zijn die aangeven dat we er als organisatie goed voor staan. En we hebben in 2018 met onze professionals, met allerlei stakeholders, en uiteraard met onze leerlingen, nagedacht over het onderwijs van de toekomst. Met als resultaat een duidelijke koers voor de jaren na 2018.

Kijkt en leest u mee, en ontdek onze hoogtepunten van 2018. Hoogtepunten die we mede dankzij de inzet en het enthousiasme van onze professionals gerealiseerd hebben. Wij willen vanaf deze plaats al onze professionals danken voor de wijze waarop zij mede vorm hebben gegeven aan het onderwijs op onze scholen.

Namens het College van Bestuur,
Cécile H.M.L. Servaes MME
Voorzitter.





1
Stichting Catent




Stichting Catent omvat ruim 30 basisscholen, verspreid over vier provincies, te weten Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Het overgrote deel van de scholen zijn reguliere basisscholen, en enkele scholen zijn scholen voor speciaal basisonderwijs (het Facet en De Vonder).

1.1. Doelstelling, missie

Onze organisatie is een talent- en ambitie gedreven organisatie, die er in de eerste plaats is voor de aan de scholen toevertrouwde leerling.
Uitgangspunt voor ons onderwijs is dàt wat we willen dat kinderen leren, ervaren, ontdekken en ontwikkelen in onze scholen: alle kinderen gaan met plezier naar school, hebben vriendjes en vriendinnetjes in en buiten de school en ontwikkelen zich tot zelfstandige pubers die goed voorbereid hun verdere (school) loopbaan tegemoet gaan. Ze zijn en blijven nieuwsgierig naar de wereld om hen heen die steeds groter wordt, en ze ontdekken die wereld en zichzelf: ze ontdekken waar hun talenten liggen, waar ze goed en minder goed in zijn en beginnen hun eigen waarden en identiteit te ontwikkelen. De kinderen zoeken hun grenzen op, maken ruzie en leggen het weer bij, gaan graag naar school en soms ook even niet. Ze leren van en met elkaar en leren respectvol met de ander om te gaan, hoe anders die ander ook is. De kinderen van nu, de volwassenen van straks, kijken met plezier terug op hun basisschool.
Op onze scholen zien we hier al een heleboel van in de praktijk. Soms zijn er belemmerende factoren die er voor zorgen dat ‘plezier in leren’ onder druk komt te staan.
Centraal staat daarom voor ons: Plezier in leren … vanuit nieuwsgierigheid … samen met anderen …met een stevige basis.

Onze gedrevenheid is groot. Passie is daarbij het sleutelwoord. Vanuit van oorsprong de katholiek-christelijke traditie wil Catent “Talenten van mensen waardenvol ontwikkelen“.





2
Governance




2.1. Code

Wij werken volgens de Governance code van de PO-Raad en het raad-van-toezichtmodel, waarbij bestuur en intern toezicht door twee verschillende organen worden vormgegeven: het College van Bestuur (CvB) en de Raad van Toezicht (RvT). Het CvB is integraal verantwoordelijk voor het bestuur van de stichting. De RvT houdt toezicht op het College van Bestuur en diens beleid en staat het CvB met advies terzijde.

Het bieden van ruimte, eigenaarschap en resultaatverantwoordelijkheid gaat gepaard met transparantie en proactief verantwoording afleggen op alle niveaus. Iedere medewerker handelt integer en is zich bewust van de normatieve component van het handelen. Verantwoording is niet een oordeel geven gevolgd door sancties, maar gericht op leren en verbeteren. Transparantie en proactief verantwoorden zijn onlosmakelijk met ‘in control’ zijn verbonden. We zorgen ervoor dat we op elk niveau in de organisatie ‘in control’ zijn. Hiermee zorgen we er voor dat ambities binnen voorgenomen termijnen realistisch en haalbaar zijn. En dat we tijdig kunnen bijsturen indien daar aanleiding toe is. Gezien het feit dat deze wijze van werken diep geworteld is in de organisatie is er binnen Catent een stevig fundament om het primaire proces te optimaliseren.





2.2. Organogram

Raad van Toezicht (RvT)
Op grond van onze statuten toetst de RvT of het CvB bij zijn beleidsvorming en de uitvoering van zijn bestuurstaken oog houdt op het belang van de stichting.

College van Bestuur (CvB)
Het bevoegd gezag over alle scholen ligt bij het CvB. Het bestuur leidt de organisatie en legt verantwoording af aan de RvT.

Organogram Stichting Catent





Het CvB is als volgt samengesteld:

  • Mevrouw C. (Cécile). H.M.L. Servaes MME, voorzitter.
  • Mevrouw M. (Monique) E.M. Welten-van der Valk, lid.
  • De heer L. (Leo) M.H.C. Boschman, lid.

Een kleine staf ondersteunt het CvB. Verder wordt gedurende één vaste dag in de week ondersteuning ingehuurd bij het Onderwijsbureau Meppel gericht op planning en control (zie 3.3).

Directeuren
Onze directeuren zijn verantwoordelijk voor de scholen en maken beleidsafspraken met het CvB. Stichtingsbreed hebben zij – binnen de geldende kaders – een adviserende,- en beleidsvoorbereidende rol. Op schoolniveau geven zij – vanuit en binnen de kaders – vorm aan schoolspecifiek beleid.

De taken en bevoegdheden van de hiervoor genoemde geledingen zijn vastgelegd in de statuten en in reglementen.

Horizontale verantwoording

Medezeggenschapsraad (MR)
Op elke school is een medezeggenschapsraad (MR) ingericht. Medezeggenschap is een belangrijk kader voor de participatie van ouders. De medezeggenschapsraden, bestaande uit 50% ouders en 50% personeelsleden, praten mee over schoolse zaken en leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van onze scholen. Onderscheidend naar thema’s heeft een (geleding binnen de) MR advies- en instemmingsrecht. De MR kan aan de directeur van de school gevraagd en ongevraagd (initiatiefrecht) advies geven betreffende zaken op schoolniveau.
Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR)
Vanuit de medezeggenschapsraden van de scholen is er op stichtingsniveau een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) ingericht. Ook deze raad bestaat voor 50% uit personeelsleden en voor 50% uit ouders. Voor (een geleding binnen) de GMR geldt een advies- en instemmingsrecht m.b.t. zaken de gehele stichting betreffende. De GMR kan aan het CvB gevraagd en ongevraagd (initiatiefrecht) advies geven betreffende zaken op stichtingsniveau. In 2018 zijn de medezeggenschapsreglementen voor de MR/GMR, en het medezeggenschaps-statuut geactualiseerd en vastgesteld.








In 2018 is het nieuwe visiedocument voor de komende jaren opgesteld. Gericht op de totstandkoming hebben klankbordsessies plaatsgevonden met leerlingen, ouders, leerkrachten, directeuren en andere stakeholders behorende bij Catent. Uit deze klankbordsessies zijn vier thema’s naar voren gekomen (‘plezier in leren, vanuit nieuwsgierigheid, samen met anderen en met een stevige basis’) die we gericht op de doorontwikkeling van ons onderwijs centraal stellen. Het visiedocument is eind 2018 door het CvB vastgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de RvT.

In 2018 is – in aansluiting op hetgeen in de vorige alinea is genoemd – een begin gemaakt met de ontwikkeling van onze nieuwe website. Deze zal vanaf eind februari 2019 online zijn.

3.1. Identiteit

Stichting Catent is van oorsprong een katholieke onderwijsorganisatie met het merendeel van de scholen op katholiek (-christelijke) grondslag. Onze aanpak wordt in beginsel gestuurd vanuit de katholiek-christelijke traditie. Kaderstellend is de in 2018 gereed gekomen visie op Identiteit, vastgelegd in de brochure “Identiteit Catent” (zie volgende alinea).

We hebben de dialoog over de levensbeschouwelijke identiteit in relatie tot onderwijs van/in de toekomst gevoerd. Aanleiding hiervoor is de ontkerkelijking in de samenleving. Bovendien wordt er in verband met de instandhouding van onze katholieke scholen in krimpgebieden gesproken over het vormen van samenwerkingsscholen. Met name deze beide aspecten hebben ertoe geleid dat de visie van Catent op levensbeschouwelijke identiteit is herzien en is vastgelegd in een (nieuwe) brochure “Identiteit Catent”.

In 2018 hebben ook alle scholen actief voortgang gegeven aan gesprekken over identiteit. Daarbij is er begeleiding vanuit ervaren identiteitsbegeleiders (onderwijsbureau Meppel) ingezet. De begeleiding is ingevuld op basis van concrete vragen die in de school en haar omgeving leven, en die passen binnen het eerder genoemde ‘kader’ identiteit.

Eind 2018 is binnen de RvT, in samenspraak met het CvB, gestart met de aanpassing van onze statuten. Met het doel de statuten te laten aansluiten bij de vernieuwde visie op identiteit, en om gesprekken met partners in ons voedingsgebied gericht op samenwerkingsvormen meer mogelijk te maken.





3.2.1. Onderwijs

In 2018 is een aantal ontwikkelingen uit voorgaande jaren voortgezet. Met name de integratie van ICT in de scholen, het verbinden van de verschillende zaakvakken om zo het onderwijs geïntegreerd, thematisch en betekenisvol aan te bieden, en onderzoekend leren hebben opnieuw een impuls gekregen. Met daarin de verbinding naar wat dat van onze professionals vraagt en wat er aan randvoorwaarden nodig is.
Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de in 2018 ontwikkelde toekomstvisie, waarin werken vanuit vragen, vanuit de nieuwsgierigheid en de motivatie van leerlingen om te leren belangrijk is. Leerlingen actief betrekken bij het onderwijs, door hen samenwerkend te laten leren, door activerende werkvormen toe te passen, door kindgesprekken te voeren, door leerlingen meer zeggenschap te geven in hun eigen onderwijs, dàt is nu en in de komende jaren een vastomlijnd kernthema op de onze scholen. Een koppeling met het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden bij onze leerlingen wordt gemaakt. Internationalisering krijgt een plaats door het aanbieden van andere talen dan wel door aandacht te besteden aan andere culturen bij levensbeschouwing, wereldoriëntatie en via projecten. In 2018 zijn voorbereidingen gericht op onze nieuwe toekomstvisie daarmee al goed in gang gezet.
Een kernthema is ook hoe scholen passend onderwijs verder vorm geven. Met meer arrangementen op maat, met werken vanuit (individuele) doelen en leerlijnen, en het aanbod voor meer- en hoogbegaafde leerlingen. De binnen onze stichting beschikbare kennis en expertise wordt hierbij breed ingezet.
Goed gebruik van wetenschap & technologie dan wel inzet op culturele vorming (brede ontwikkeling van leerlingen) wordt in onze scholen kritisch bekeken, gericht op het maken van de (juiste) keuze van activiteiten passend ook bij onze toekomstvisie, via subsidies wordt externe ondersteuning ingezet.

Om opbrengsten van leerlingen nog beter te monitoren, en om scholen goed te blijven ondersteunen bij het geven van kwalitatief goed onderwijs, is in 2018 een begin gemaakt met de inzet van een bovenschools volgsysteem. Het systeem zal in 2019 verder vorm krijgen en een rol gaan spelen in de cyclus van kwaliteitszorg (zie ook 3.2.3).
In preventieve zin is op stichtingsniveau gekozen voor de inzet van ‘Bouw’, een methode om leesproblemen op jonge leeftijd te voorkomen. De leesontwikkeling is bij kinderen de beste voorspeller voor de toekomstige schoolloopbaan, en heeft enerzijds gevolgen voor de cognitieve ontwikkeling van leerlingen, anderzijds beïnvloedt het bij kinderen de motivatie tot ontwikkelen, het zelfbeeld en welbevinden.

We zien echter ook dat de onderwijskwaliteit onder druk staat. In 2018 zijn twee scholen door de inspectie bezocht vanwege het feit dat daar de eindopbrengsten meerdere jaren op rij onvoldoende waren. Eind 2018 liep daardoor op drie scholen een verbetertraject om de kwaliteit weer op orde te brengen. De vooruitzichten op basis van de ingezette interventies zijn positief.

De samenwerking met peuteropvang dan wel het realiseren van opvang voor kinderen in eigen beheer is op onze scholen geïntensiveerd. De doorgaande lijn in scholen is daarmee verder verstevigd.

3.2.2. ICT

In 2018 is nadrukkelijk ingezet op de verdere ontwikkeling van het gebruik van digitale middelen ten behoeve van het onderwijs. Met behulp van het ‘Vier-in-balans-model’ en door te experimenteren vanuit DocentOntwikkelTeams (DOT’s). In iedere school werkte een DOT via onderzoek, experimenteren, leren en implementeren een onderdeel van goed gebruik ICT ten behoeve van het onderwijs uit, en verspreidde dat onder de collega’s.

Ook de stichtingsdag van oktober 2018 stond in het teken van ICT. Er waren inspirerende workshops op het gebied van ICT en de heer Zachary Walker (Academicus Zachary Walker hebben we ontmoet in 2017 in het “Singapore institute of education”. Hij schreef onder andere het boek ‘Teaching the Last Backpack Generation’) heeft aan alle medewerkers een overkoepelende workshop gegeven. De dag heeft onze medewerkers geïnspireerd om verder aan de slag te gaan met ICT binnen hun onderwijs.

De scholing van medewerkers door Windesheim (ICT Scholingstraject deel 2) heeft vanuit de insteek op basisvaardigheden een combinatie gekregen met goed gebruik ICT t.b.v. het onderwijs. In het aanbod zijn tien thema’s in workshops vertaald.
Stichtingsbreed zijn we begonnen met ICT coördinatoren te trainen. De scholing voor deze mensen richt zich allereerst op het schrijven van een ICT plan voor de eigen school. Van daaruit wordt de verbreding naar andere scholen gezocht. En er wordt een bijdrage gevraagd (2019) tot het opnieuw kritisch bekijken van het beleidsplan ICT op stichtingsniveau (van deel 2 naar deel 3).

Op alle thema’s hiervoor genoemd vindt uitwisseling, samenwerking tussen en/of professionalisering van leerkrachten, leden van het expertiseteam, ib-ers en directeuren plaats (zie ook 3.6 Personeel).

3.2.3. Kwaliteitszorg

Vaste onderdelen van het systeem van kwaliteitszorg zijn in 2018 voortgezet. Op alle niveaus binnen onze organisatie doorlopen we regelmatig de cyclus van kwaliteitszorg. Er zijn doelen gesteld die we willen bereiken op het niveau van de stichting, op het niveau van onze scholen, op het niveau van groepen leerlingen, individuele leerlingen, en op het niveau van onze leerkrachten. Resultaten worden op verschillende manieren gemeten en vervolgens besproken. Afhankelijk van de conclusies worden doelen bijgesteld. De manager onderwijs en kwaliteit vervult hierbij de centrale rol.

Aanvullende aan de vaste cyclus van kwaliteitszorg zijn in 2018 de volgende activiteiten ondernomen:

  • De directeuren, onderwijs-coördinatoren en IB-ers hebben opnieuw een traject doorlopen met Bos Consultancy (eigenaar van het kwaliteitssysteem Werken Met Kwaliteitskaarten dat we gebruiken) vanuit de behoefte de onderwijskwaliteit op de scholen een extra impuls te geven, en omdat er een aantal wisselingen op sleutelposities (directeur/IB) in scholen hebben plaatsgevonden. In het traject is aandacht besteed aan alle aspecten van opbrengstgericht werken: het stellen van doelen, resultaten meten en interpreteren, observeren in de groep, feedback geven aan leerlingen/medewerkers, en leiding geven aan onderwijsontwikkeling
  • Naast de audits op de scholen volgens het vaste rooster is op de scholen die een toezichtsarrangement hebben een extra audit afgenomen, om tussentijds de stand van zaken te onderzoeken en/of om de scholen voor te bereiden op het volgende inspectiebezoek
  • Zoals aangegeven in 3.2.1. is een bovenschools volgsysteem in gebruik genomen, waardoor op bestuursniveau de (cognitieve aspecten van de) onderwijskwaliteit nauwkeuriger wordt gemonitord, om zodoende de onderwijskwaliteit per school en binnen de stichting op het gewenste niveau te houden
  • Als resultaat van de uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek uit 2017 is in 2018 op alle scholen met de teams gesproken over taakzwaarte en de inzet van de werkdrukmiddelen. Om reden dat beleefde taakzwaarte van invloed kan zijn op de kwaliteit van onderwijs. Terugkerende items waren:
    • tekort aan invallers bij plotselinge/kortdurende ziekte/afwezigheid van een collega
    • ‘gevoel’ dat er veel zaken moeten gebeuren vanuit overheid, inspectie, CvB e.d.
    • inhoud scholing ICT sluit niet altijd aan bij de persoonlijke behoefte
    • werking van internet/computers niet optimaal
    • veeleisendheid vanuit – en de wijze van communicatie door ouders
    • meer leerlingen in groepen met externaliserend gedrag
    • verslaglegging die moet gebeuren en die ervaren wordt als administratieve last
    • teleurstelling over het standpunt van het CvB aangaande de landelijke staking

Bovengenoemde zaken zijn voor 2019 als extra aandachtspunten benoemd. Om verdere gesprekken over te voeren dan wel om er verbeteringen in te realiseren. In het tevredenheidsonderzoek in 2019 wordt het onderwerp taakzwaarte opnieuw opgenomen, om de ontwikkeling te monitoren (zie 3.4.2.).

Ons kwaliteitsinstrument blijft “Werken met kwaliteitskaarten”(WMK). De wijze van gebruik is gerelateerd aan de cyclus planning en control. Uitgangspunt is het vierjaarlijkse schoolplan van onze scholen, dat jaarlijks een vertaling krijgt in een jaarplan. Het gebruik van WMK/de cyclus planning en control wordt meegenomen in de managementgesprekken tussen een directeur en het CvB. In 2019 bekijken we de huidige werkwijze, aangezien in 2018 voorbereidingen zijn getroffen om vanaf 2020 op een andere wijze dan tot op heden met het opstellen van school-/jaarplan te gaan werken.

Op alle scholen wordt gebruik gemaakt van instrumenten zoals observaties, toetsen en vragenlijsten teneinde tussentijds de kwaliteit op deelaspecten te monitoren. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het analyseren van deze gegevens en het nemen van maatregelen ter verbetering. De uitslag van dit soort metingen, inclusief de verbeteractiviteiten, worden besproken in managementgesprekken tussen de directeur en het CvB.

De resultaten van de leeropbrengsten van leerlingen worden jaarlijks en ook tussentijds gerapporteerd aan de manager onderwijs en kwaliteit, zodat tijdig geanticipeerd kan worden op tegenvallende resultaten. De audits spelen hierbij (ook) een rol. Vallen resultaten tegen, dan wordt een verbetertraject ingezet op basis van een door de school opgesteld plan van aanpak. Dit onder supervisie/monitoring van de manager onderwijs en kwaliteit.

 





3.3. Organisatie

Onze organisatie is (nog steeds) betrouwbaar en flexibel. We zijn een professionele leer- en werkgemeenschap. Zelfkennis, zelfsturing, eigenaarschap, (eigen) verantwoordelijkheid en (met en van elkaar) ‘leren-leren’ zijn op alle niveaus voor ons vanzelfsprekend. Deze op ontwikkeling gerichte en ambitieuze cultuur is de context waarbinnen we werken. Het heeft in 2018 geleid tot meer vakbekwame leerkrachten, die levenslang leren en ontwikkelen in verbinding met collega’s. In onze leer- en werkgemeenschap spreken zij elkaar aan, nodigen ze elkaar uit richting samen leren, ondersteunen ze elkaar, nemen ze verantwoordelijkheid, en leggen daar verantwoording over af. We hebben directeuren die vanuit onderwijskundig leiderschap resultaatgericht sturen, en die in het primaire proces de leerling centraal stellen. We vinden het van groot belang dat onze medewerkers blijven samenwerken, samen ervaringen delen en samen vernieuwingen (verbeteringen) creëren.

Gezien de gemaakte keuze om vanaf eind 2020 met een ”tweehoofdig” CvB te werken is eind 2018 door de RvT allereerst de werving- en selectieprocedure nieuw CvB lid opgestart.
De staf die het CvB ondersteunt is – mede a.g.v. het besluit betreffende een tweehoofdig CvB – in 2018 uitgebreid, en bestaat uit een manager onderwijs en kwaliteit, een manager personeel (en ontwikkeling), een stafmedewerker personeel, een (algemeen) beleidsondersteuner die tevens verantwoordelijk is voor alle school-overstijgende projecten, en een secretaresse. Daarnaast is vanuit het Onderwijsbureau Meppel een controller voor ons werkzaam. In het najaar is de vacature Functionaris Gegevensbescherming met goed gevolg afgerond.

In 2018 zijn de volgende beleidsstukken en reglementen opgesteld/geactualiseerd, besproken in het directeurenberaad, en vastgesteld:

  • Reglement verwerking leerlinggegevens
  • Informatiebeveiliging en privacy beleid (IBP)
  • Reglementen (G)MR en statuut medezeggenschapsraad.




3.4. Personeel

Binnen onze stichting werken ongeveer 450 medewerkers. Als organisatie ontwikkelen we ons meer en meer tot een centrum van professionals die het leren van elkaar als uitgangspunt neemt. Samen werken, samen delen en samen creëren. We veranderen daarmee onze organisatie meer en meer in een professionele leergemeenschap.
In 2018 zijn we in toenemende mate uitgedaagd om met een antwoord te komen op het oplopende lerarentekort. De eerste ideeën zijn ontwikkeld en stappen zijn gezet (zie 3.4.12.)

3.4.1. Eigenaarschap professionele ontwikkeling, digitaal personeelsdossier en lerarenregister

De Wet Beroep Leraar en Lerarenregister, die vanaf 1 augustus 2017 van kracht is, verplicht leerkrachten om zich te registreren. De genoemde datum waarop de registratie gerealiseerd moet zijn is van overheidswege uitgesteld. Het is wel mogelijk dat leerkrachten zich op vrijwillige basis  registreren. Wij hebben er technisch aan meegewerkt om deze vrijwillige registratie mogelijk te maken. Belangrijker dan dat is dat onze professionals blijven werken aan persoonlijke ontwikkeling, zodat we altijd goed opgeleide professionals hebben. Scholing en professionalisering blijft daarmee een speerpunt (zie 3.4.3).

Om de eigen ontwikkeling digitaal te kunnen archiveren/beheren is in samenspraak met het Onderwijsbureau Meppel een begin gemaakt om het PersoneelDossierOnLine (PDOL) voor onze medewerkers (gefaseerd) open te zetten. Met PDOL ontstaat voor iedere medewerker de mogelijkheid zijn eigen dossier in te zien en te onderhouden.

Om ervoor te zorgen dat leerkrachten voldoende professionele ruimte hebben om het beroep zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren hebben we in 2018 een handreiking ”professioneel statuut” ontwikkeld. Daarmee krijgen onze leerkrachten de mogelijkheid meer inbreng te hebben op het onderwijskundige reilen en zeilen binnen de school waar ze werken, doordat ‘geregeld is’ wanneer en hoe ze moeten worden geraadpleegd over zaken die het onderwijs op de school raken. We stimuleren dan ook een schoolspecifiek professioneel statuut. Het statuut is de uitkomst van een overleg tussen de leerkrachten en de directeur.

3.4.2. Ziekteverzuim en duurzame inzetbaarheid

De dalende lijn in het ziekteverzuimpercentage die in 2017 is geconstateerd heeft zich voortgezet. Lag in 2017 het ziekteverzuimpercentage (12 maands voortschrijdend) aan het einde van het jaar rond de 6%, aan het eind van 2018 was het percentage verder gedaald naar iets boven de 5% . Deze daling is toe te schrijven aan een daling van (zeer) langdurig (> 43 dagen) ziekteverzuim.
We blijven in relatie tot het voorkomen van ziekteverzuim en gericht op duurzame inzetbaarheid inzetten op scholing en professionalisering, zodat onze medewerkers goed toegerust blijven voor hun taak (zie 3.4.3.). Ook is er aandacht voor goede begeleiding van startende leerkrachten, om gericht op deze groep uitval te voorkomen en ze te behouden voor het onderwijs (zie 3.4.4.).

In 2018 heeft het thema taakzwaarte/werkdruk prominent op de agenda gestaan. Er hebben hierover gesprekken tijdens het directeurenberaad en tussen CvB en GMR en tussen CvB en teams plaatsgevonden, met het doel elkaar te informeren en te inspireren, om zo samen te werken aan vermindering van de taakzwaarte (zie ook 3.2.3.). Als gevolg van het feit dat vanaf 2018 de werkdrukgelden naar de scholen zijn gegaan, ter beheersing van de taakzwaarte voor met name leerkrachten, zijn de gesprekken over besteding ervan binnen de teams gevoerd. Op alle scholen zijn er nu breed gedragen plannen gericht op verminderen van taakzwaarte. Vandaaruit is het besluit genomen de beschikbare middelen voor de komende jaren voor te financieren.

3.4.3. Scholing/professionalisering

In 2018 is wederom een breed scala aan scholings- en professionaliseringmogelijkheden aangeboden. Rode draad is het leren van en met elkaar.

  • Er is verder ingezet op gezamenlijke ICT-scholing op alle niveaus van de organisatie. In dat kader hebben we in september een inspirerende workshop laten gegeven voor alle medewerkers (zie 3.2.2.), alsook voor alle op onze scholen aanwezige studenten (MBO en lerarenopleidingen)
  • Er zijn wederom (veel) workshops aangeboden voor alle medewerkers binnen het ICT scholingstraject deel 2 (zie 3.2.3.)
  • We zijn blijven inzetten op versterking van de rol van de directeur, de IB’er en de leerkrachten belast met de coördinatie van een onderwijsteam. Voor directeuren zijn masterclasses aangeboden en is een traject ontwikkeld in samenspraak met een extern bureau dat voorziet in persoonlijke ontwikkeling gericht op de herregistratie in het schoolleidersregister. De IBers kunnen zich ook wederom inschrijven voor masterclasses gericht op de inhoud van hun functie dan wel hebben een scholingstraject gericht op verdere professionalisering, en de overige ‘middenmanagers’ kregen begeleiding op maat
  • In toenemende mate is aandacht gekomen voor begeleiding van startende leerkrachten (zie 3.4.4.). Voor starters die niet meer in aanmerking kwamen voor gesubsidieerde bekostiging van de ‘gymopleiding’ (Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs) hebben we de opleidingskosten voor onze rekening genomen
  • Op schoolniveau zijn allerlei scholingstrajecten voor individuele medewerkers vormgegeven. Indien hier een meerwaarde voor onze totale organisatie mee gemoeid is, is gekozen voor voorfinanciering (met geldende terugbetalingsregeling).

3.4.4. Startende leraren

Onderdeel van het startersprogramma is het aanbieden van workshops specifiek gericht op startende leerkrachten en de inzet van een beeldcoach. In het schooljaar 18/19 is het aantal workshops voor deze doelgroep verhoogd naar zes. Inzet van de beeldcoaches hebben we eveneens zien toenemen. We hebben de beschikking over goed opgeleide beeldcoaches. Over de inzet van beeldcoaching is door één van de beeldcoaches in het directeurenberaad een presentatie gegeven.
In 2018 is tevens het ‘format begeleidingsplan’ aangescherpt. En heeft de aanpak van de beoordeling van de startende leerkracht een plek gekregen in het Integraal PersoneelsBeleid.

3.4.5. Formatie

Verwacht was een lichte daling van de (leerkracht)formatie. Deze is via natuurlijk verloop opgevangen. Binnen de staf die het CvB ondersteunt is zoals eerder aangegeven de manager personeel en ontwikkeling benoemd, een nieuwe functie die in ons functieboek is opgenomen.

3.4.6. Pool interim medewerkers

De pool interim medewerkers blijft voorzien in een behoefte voor tijdelijk personeel. Vanwege het verloop van interim leerkrachten naar de vaste formatie op onze scholen blijft het nodig continu leerkrachten te werven voor de pool. Maandelijks krijgt de werving vorm.

Het voornemen om te gaan werken met een ‘directeur in de pool’ hebben we medio 2018 gerealiseerd. De directeur is in de pool opgenomen voor 0,5 fte. De eerste ervaringen laten zien dat de inzet voorziet in een behoefte. Vanaf de start tot eind 2018 is de inzet voor de uren die zijn opgenomen in de pool volledig gerealiseerd. Het inhuren van externen als interim directeur is daardoor sterk teruggelopen.

3.4.7. Loopbaanontwikkeling

In de nieuwe cao 2018-2019 zijn de verplichte functiemixpercentages geschrapt. Functiedifferentiatie blijft echter onderdeel van ons beleid. Wij blijven het benutten van talenten stimuleren, gecombineerd met een leven lang leren.

Voor onze leerkrachten zijn in 2018 de leerkrachtfuncties aangepast/aangescherpt aan wat wij nodig vinden. We hebben daarbij de aanpassingen die deze functies vanuit de cao 2018-2019 ‘moesten’ ondergaan meegenomen. De vernieuwde functies zijn toegevoegd aan ons functieboek.
In het verlengde ervan is geëffecueerd dat de intern begeleiders alsmede de coördinatoren van onderwijsteams – en dan diegenen die hun ontwikkelprogramma succesvol hebben doorlopen –benoemd zijn in de voor hen passende nieuwe functie, en zij hebben – in lijn daarmee- een meer markconform salaris ontvangen.
Gericht op de directeursfuncties hebben we een begin gemaakt met eveneens een proces van aanpassing functiebeschrijving. We hebben het voornemen om ook in de directeursfunctie te gaan differentiëren, zodat er meer mogelijkheid tot loopbaanontwikkeling ontstaat. Tevens zorgen we er zo voor dat in ons functiehuis de directeurs- en leerkrachtfuncties- goed in harmonie blijven.
Omdat in de nú geldende cao deze harmonie er niet meer is (salarissen lopen niet meer met elkaar in de pas), is vanaf 1 september 2018 tot en met juli 2019 tijdelijk een arbeidsmarkttoelage aan de directeuren verstrekt. We toetsen deze toelage aan de nieuwe door ons te ontwikkelen functies én aan de in maart 2019 te verwachten nieuwe cao.
In 2018 heeft één directeur de overstap gemaakt naar ‘directeur in de pool’ en hebben vier directeuren buiten onze organisatie hun loopbaan voortgezet. Daardoor ontstond ruimte voor mobiliteit voor zittende directeuren (2) en voor eigen medewerkers die zich hebben ontwikkeld tot vakbekwaam schoolleider (3). Voor drie vacatures die niet intern werden vervuld is er externe werving geweest. Voor twee scholen is hierbij voor het eerst gewerkt met een wervingsbureau. Een positieve ervaring met het gewenste resultaat.

3.4.8. Transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid

In juli 2018 is de wet aangenomen waarin wordt geregeld dat werkgevers vanaf 2020 compensatie voor de transitievergoeding krijgen die zij moeten betalen bij het ontslag van langdurig zieke werknemers. Deze wet geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2015. Zodra compensatie kan worden aangevraagd (vermoedelijk vanaf 1 april 2020) ondernemen we actie.

3.4.9.Ontslag en herbenoemingsverplichting

Als er sprake is van ontslag of het niet voortzetten van een tijdelijke benoeming van een medewerker dan kan deze medewerker een eigen wachtgelder worden. In 2018 hebben we hier mee te maken gehad. Ons beleid is dat we insteken op het van elkaar afscheid nemen met geen dan wel zeer beperkte financiële consequenties. Ontstaat een herbenoemingsverplichting, dan wordt deze in acht genomen, en er wordt conform wet en regelgeving gehandeld.

3.4.10. Participatiewet (banenafspraak)

Deze wet, die ook van toepassing is op het onderwijs, moet leiden tot reguliere banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Onderzoek naar het binnen onze organisatie aanwezige aantal medewerkers dat valt binnen deze doelgroep heeft aangetoond dat momenteel het percentage laag is. In 2019 vraagt dat vervolgactie.

3.4.11. Beleid

In 2018 zijn de volgende beleidsstukken en reglementen die betrekking hebben op het doen en laten van onze medewerkers opgesteld/geactualiseerd, besproken in het directeurenberaad en vastgesteld:

  • Code gedrag
  • Klachtenregeling
  • Jubileumbeleid
  • Integraal Personeelsbeleid
  • Nieuwe functies in functieboek (zie 3.4.5. en 3.4.7.)
  • Handreiking “Professioneel Statuut” (zie 3.4.1.)
  • Stappenplan “Dossieropbouw bij disfunctioneren”
  • Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
  • Beleid schorsing, verwijdering en time-out.

3.4.12. Aanpak lerarentekort

Het lerarentekort is landelijk een thema dat in 2018 veel aandacht kreeg. Het is tevens een thema dat politiek, maatschappelijk alsook vanuit onze ouders vragen heeft opgeroepen.
Wij zagen in 2017 al dat er, zeker in periodes van (landelijk) veelvuldige ziekte (o.a. griep ’epidemie’) nauwelijks vervangers voor een zieke leerkracht te vinden waren, met als gevolg dat leerlingen incidenteel geen les konden krijgen. Deze trend heeft zich bij ons ook in 2018 voortgezet, en er zijn op momenten leerlingen thuis gebleven dan wel ze konden op school niet het reguliere onderwijsprogramma volgen. Als antwoord hierop hebben we de volgende acties in gang gezet,  gericht op het vergroten van de instroom van nieuwe leerkrachten:

  • Opzetten van een zij-instroomtraject, bedoeld voor HBO opgeleiden die ambitie en talent hebben om in het basisonderwijs te werken. Dit traject is opgezet in samenwerking met Hogeschool Windesheim te Zwolle
  • Opzetten van een herinstroomtraject, bedoeld voor Pabo-afgestudeerden die na afstuderen niet in het onderwijs zijn gaan werken maar dat wel weer willen. Dit traject krijgt vorm in samenwerking met de KPZ te Zwolle
  • Opzetten van het project ‘Jong Catent’ bedoeld om jonge afgestudeerden van de Pabo te interesseren om bij ons te komen en te blijven werken, door ze goed/op maat te faciliteren en te ondersteunen bij de start van hun loopbaan. En hen ruimte/ontwikkelmogelijkheden te geven passend bij hoe zij -binnen onze kaders- ‘toekomstgericht’ onderwijs vorm willen geven
  • Samen met andere besturen in primair en voortgezet onderwijs en Pabo’s zoeken naar regionale samenwerking rondom het lerarentekort.




3.5. Omgeving

3.5.1. Verticale verantwoording

We leggen als organisatie verticale verantwoording af aan degenen die toezicht houden. Intern rapporteren we aan de RvT. Extern leggen we verantwoording af aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dit doen we door middel van het bestuursverslag. Tevens beoordeelt de Inspectie van het Onderwijs objectief de kwaliteit van het onderwijs dat in de scholen gegeven wordt, ziet toe op de naleving van de wet- en regelgeving, en ziet toe op het financieel beheer van de (scholen behorend tot onze) stichting.

Als maatschappelijke organisatie willen we ons handelen afstemmen op de behoeften van onze omgeving. Aan iedere school is dan ook een SchoolAdviesCommissie verbonden, die als klankbordgroep voor de directeur fungeert. Gericht op hetgeen in de lokale gemeenschap, in de omgeving van de school speelt en dat van belang is om in ons onderwijs terug te laten komen.

Samenwerking met maatschappelijke- en andere organisaties is eveneens van belang. We werken samen met opleidingsinstituten in ons voedingsgebied, we onderhouden contacten met de branche organisatie en andere relevante netwerken, en zijn partner in het (regulier) bestuurlijk overleg met de gemeenten in ons voedingsgebied (bijv. gericht op de lokale educatieve agenda, passend onderwijs, ontwikkelingen in leerlingaantallen, strategische ontwikkeling, invloed richting landelijk beleid). Onze organisatie is en blijft een invloedrijke speler in het lokale- en landelijke onderwijsveld en komt -met als uitgangspunt onze missie en visie- op voor de belangen van onze huidige en toekomstige leerlingen.

De uitdaging waar we voor staan is om “samenwerkingsrelaties” verder uit te bouwen om ervoor te zorgen dat kwalitatief onderwijs dicht bij huis gegarandeerd wordt. Mede in het kader van de bevolkingskrimp die zich in ons voedingsgebied afspeelt. Dit thema heeft impact op de leefvoorzieningen van/voor ouders en kinderen, en we bespreken met regelmaat de (regionale) ontwikkelingen die zich voordoen. Mede om die reden hebben we de start gemaakt de statuten van de stichting in lijn te brengen met hetgeen onze brochure “Identiteit” voorstaat.  Waardoor het aangaan van samenwerking met besturen van een andere denominatie bespreekbaar wordt. Er zijn vandaar uit gesprekken opgestart met andere besturen.

Altijd wordt geïnvesteerd in verbinding met ouders/verzorgers. De verbinding wordt gekenmerkt door ontmoeting vanuit eigen – én gezamenlijke verantwoordelijkheid.

M.b.t. ‘Passend Onderwijs’ participeerden we in 2018 in zes samenwerkingsverbanden (SWV-den). In al deze samenwerkingsverbanden wordt gewerkt met het “schoolmodel”, wat betekent dat (inhoudelijk en financieel) de verantwoordelijkheid voor het realiseren van passend onderwijs bij de individuele besturen behorend tot een SWV is gelegd. Per kalenderjaar wordt verantwoording (financieel en inhoudelijk) richting het SWV afgelegd.

3.5.2. Klachten

Het aantal formele klachten dat in 2018 bij onze interne klachtencommissie (IKC) is binnengekomen is acht. Deze klachten hadden betrekking op onvrede over communicatie vanuit de betreffende scholen en hadden te maken met pestgedrag (tussen leerlingen).

Eén van de binnengekomen klachten is niet ontvankelijk verklaard door het CvB op basis van artikel 7 lid 2 IKC reglement (klacht dient binnen één jaar na de gedraging of de beslissing te worden ingediend). De behandeling van twee ingediende klachten is door de IKC gestaakt omdat deze door de Landelijke KlachtenCommissie (LKC) in behandeling waren genomen (artikel 6 IKC reglement: “eenzelfde klacht wordt niet gelijktijdig bij twee commissies in behandeling genomen). Beide klachten zijn door de LKC ongegrond verklaard.

Eén klacht is anoniem ingezonden en neergelegd bij het CvB. Naar aanleiding van deze klacht zijn gesprekken gevoerd met de directeur van de betreffende school en zijn op de school aanvullende acties in gang gezet. De overige klachten zijn na overleg met onze IKC door het CvB afgehandeld. Naar tevredenheid van alle partijen.

Daar waar ouders zorg hadden over een situatie op de school hebben gesprekken plaatsgevonden tussen directeur en ouder, vertrouwenspersoon en ouder dan wel tussen CvB en ouder. Alle gesprekken hebben tot een voor alle partijen goed resultaat geleid.

3.5.3. Algemene Verordening Gegevens (AVG)

In 2018 is intensief ingezet op het voldoen aan de AVG eisen. Ter ondersteuning is gedurende een half jaar voor 1 dag per week externe juridische expertise ingehuurd. Daarnaast is een team privacy van start gegaan met als eerste opdracht het voorbereiden en implementeren van een bestendig en compliant Informatiebeveiligings- en Privacy beleid (IBP).

Verder zijn in 2018 de volgende acties ondernomen:

  • Lancering “privacy@catent.nl” voor alle vragen en opmerkingen over privacy
  • Awareness vergroten door het thema privacy te agenderen tijdens een directeurenberaad, het IB netwerk, en tijdens een overleg Expertiseteam, GMR en RvT
  • Privacyverklaring opstellen en tekst daarover formuleren voor in de schoolgidsen
  • Actualiseren reglement verwerking leerlinggegevens
  • Inventariseren van verwerkingen binnen Catent
  • Sluiten van verwerkersovereenkomsten met verschillende verwerkers
  • Start register verwerkingsactiviteiten (dataregister)
  • Start actualiseren reglement verwerking gegevens medewerkers en uitwerking AVG beleid op vlak HR
  • Instructie opstellen m.b.t. gebruik cookies website scholen
  • Aandachtspunten fysieke beveiliging opnieuw onder de aandacht van onze medewerkers brengen
  • Instellen van beveiligd printen op al onze multifunctionals
  • Het doen plaats vinden van een Privacy Deepscan, om onze “huidige” stand van zaken rondom voldoen aan de AVG vast te stellen
  • Opzet “plan van aanpak” maken n.a.v. de uitkomsten Privacy Deepscan, waarin prioritering gericht op nieuwe acties is bepaald voor de komende 2(-3) jaar
  • Binnen onze SharePoint omgeving een speciale ‘Privacy hotspot’ opnemen met daarin informatie over privacy voor onze medewerkers, en hen de mogelijkheid bieden om een incident te melden of om vragen te stellen die leven rondom privacy.

3.5.4. Incidenten

In 2018 hebben zich twee incidenten voorgedaan gerelateerd aan privacy. Hierbij is het stappenplan datalekken doorlopen. In beide gevallen waren er geen gevoelige persoonsgegevens betrokken bij het datalek en was er geen (aanzienlijke kans op) ernstige nadelige gevolgen voor de verwerking van persoonsgegevens. Om die reden zijn de incidenten niet gemeld bij de autoriteit persoonsgegevens. Wel zijn ze opgenomen in ons incidentenregister.









Financiën

We hechten aan kwalitatief goed onderwijs. Dat vraagt om voldoende financiële middelen die met voortduring ingezet worden voor het verhogen van de kwaliteit. In 2018 hebben we in het bijzonder ingezet op enerzijds de kwantiteit als anderzijds de kwaliteit van onze professionals in het primaire proces, op een gevarieerd – en een op hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen inspelend onderwijsaanbod, op borging van onze gekwalificeerde directeuren, en op voor personeel/leerlingen goede voorzieningen.

In de begroting voor 2018 was rekening gehouden met een lichte stijging van het leerlingenaantal van onze scholen. De ontwikkeling van het leerlingenaantal is als volgt:

Teldatum Aantal leerlingen Personele Bekostiging
01-10-2016 4.999 Schooljaar 2017-2018
01-10-2017 4.930 Schooljaar 2018-2019
01-10-2018 (voorlopig) 4.913 Schooljaar 2019-2020

 

Omdat de bekostiging vanuit OCW nagenoeg geheel gebaseerd is op het leerlingenaantal op onze scholen, heeft verandering van het aantal leerlingen directe gevolgen voor onze inkomsten. Door regelmatig leerlingprognoses te maken en door vandaar uit tijdig in te spelen op het veranderend leerlingenaantal, is het ons in 2018 gelukt om de financiële gevolgen van de zich ook voor ons aftekende krimp goed te (blijven) beheersen.

Wat betreft de toekomst ziet de verwachting van de krimp er als volgt uit:

Prognose 01-10-2019 4.919 Schooljaar 2020-2021
Prognose 01-10-2020 4.887 Schooljaar 2021-2022
Prognose 01-10-2021 4.853 Schooljaar 2022-2023

Bovenstaand overzicht toont dat de lijn die we ingezet hebben betreffende anticiperen op krimp wordt voortgezet.

 

4.1. Vermogenspositie

 

2017 2018
Rentabiliteit 2,9% 4,0%
Liquiditeit 2,13 2,23
Solvabiliteit 1 70,7% 69,9%
Weerstandsvermogen 15,8% 15,8%

 

  • De rentabiliteit geeft de verhouding aan tussen het behaalde exploitatieresultaat ten opzichte van de totale baten. Deze ligt voor onze stichting in 2018 boven de geldende norm
  • Het kengetal liquiditeit (current ratio) is de verhouding tussen de ‘vlottende activa’ en de kortlopende schulden. Het geeft aan in hoeverre de stichting in staat is om te voldoen aan de kortlopende verplichtingen. Een waarde groter of gelijk aan 0,75 is goed
  • In 2018 bedraagt de liquiditeitsratio voor onze stichting 2,23. Daarmee is aangetoond dat het totaal van de vorderingen voldoende is om aan de kortlopende schulden te kunnen voldoen
  • De solvabiliteit geeft de verhouding aan tussen het ‘eigen vermogen en het totale vermogen’
    Het geeft aan in hoeverre wij in staat zijn om te voldoen aan onze lange termijnverplichtingen. 30% of hoger wordt als goed aangemerkt. Met een solvabiliteitsratio van 69,9 % is het eigen vermogen ruim voldoende om de organisatie, in geval van opheffing, in staat te stellen aan haar verplichtingen te voldoen. Wordt het eigen vermogen minus de materiële vaste activa gedeeld door de totale baten van 2018, dan blijft voor tegenvallers een vrij beschikbaar weerstandsvermogen over van 16,8%.

Gelet op de in 2018 vastgestelde rentabiliteit, liquiditeit en solvabiliteit kan worden gesteld dat onze organisatie financieel gezond is en in voldoende mate in staat is om in de toekomst financiële tegenvallers op te vangen. Terwijl daarnaast (extra) investeringen kunnen worden gedaan in de realisatie van toekomstbestendig onderwijs. In de meerjarenbegroting ‘19 e.v. is hierop geanticipeerd.





4.2. Resultaat en toelichting

Exploitatieresultaat

BATEN Realisatie 2018 Begroting 2018 Verschil Realisatie 2017
Rijksbijdrage 31.629.275 29.165.229 2.464.046 29.278.791
Overige Overheidsbijdragen 193.050 87.353 105.697 169.190
Overige Baten 606.811 483.175 123.636 576.143
Totale Baten 32.429.137 29.735.757 2.693.380 30.024.124

 

LASTEN Realisatie 2018 Begroting 2018 Verschil Realisatie 2017
Personele Lasten 24.612.675 23.526.931 1.085.744 23.570.030
Afschrijvingslasten 1.308.692 1.312.405 -3.713 1.234.202
Huisvestingslasten 2.239.654 2.132.674 106.980 2.039.700
Overige Lasten 2.995.897 2.664.885 331.012 2.443.824
Totale Lasten 31.149.391 29.636.895 1.520.024 29.287.756

 

Saldo baten en lasten 1.272.218 98.861 1.173.356 736.368

 

FINANCIEEL Realisatie 2018 Begroting 2018 Verschil Realisatie 2017
Financieel resultaat 4.759 4.759 147.259
Netto resultaat 1.276.977 98.861 1.178.115 883.627

 

We hebben het kalenderjaar 2018 afgesloten met een positief exploitatieresultaat van

€ 1.276.977=.  Daarmee is het exploitatieresultaat € 1.178.115,- positiever dan begroot.

[1] Lopende contacten met mogelijke toekomstige ‘samenwerkingspartners zijn hierin niet verwerkt.

Belangrijke oorzaak hiervoor ligt in de extra ontvangen baten (zie hieronder bij ‘Baten’)

Het resultaat wordt verrekend met de reserve. De reserve kan uitsluitend worden aangewend voor onderwijskundige doeleinden.
De extra inkomsten vanuit de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs worden binnen de algemene reserve gelabeld als reserve voor de ‘kostenplaats Passend Onderwijs’. Een plan m.b.t. de inzet in 2019 en 2020 is vastgesteld (CvB) en goedgekeurd (RvT).

Baten
De realisatie van de totale baten is + 9% hoger dan begroot en + 8% hoger dan in het kalenderjaar 2017. We zijn in belangrijke mate, te weten 98%, afhankelijk van de overheid (ministerie en gemeentes).

De baten bestaan grotendeels uit de Rijksbijdragen van het OCW (97%). Bij deze inkomsten speelt het aantal leerlingen een belangrijke rol. Deze rijksbekostiging ligt 8% hoger dan de begroting en ook 8% hoger dan in 2017. Het valt o.a. – zoals hiervoor genoemd – hoger uit door de extra ontvangen baten, te weten:

  • de prijsaanpassingen door het ministerie
  • de verwerking van de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling
  • de verwerking van de oploop in het functiemixbudget
  • niet vooraf benoemde middelen voor de uitvoering van onderwerpen uit het Regeerakkoord “Vertrouwen in de Toekomst”; Het gaat hierbij specifiek om de gereserveerde middelen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van het onderwijzend personeel, de extra middelen voor de kleine scholen toeslag, de extra middelen in verband met de werkdruk en de extra middelen voor het mogelijk maken van een bezoek aan het Rijksmuseum
  • forse verhoging bedrag per leerling voor personeel en arbeidsmarkt (per leerling € 155,55. Het gaat hier voor schooljaar 2018-2019 om een bedrag van € 766.861. (Hiervan heeft € 319.526 betrekking op kalenderjaar 2018)
  • hoger bedrag ‘opleiden in de school’ (€ 80.000,=)
  • verhoging tarief prestatiebox (€ 77.000,=)
  • groeibekostiging (ruim 1 ton)
  • de extra baten ontvangen vanuit de Samenwerkingsverbanden (SWV) Passend Onderwijs. Dat de doorbetaalde bijdragen van de SWV hoger zijn uitgevallen wordt veroorzaakt doordat veel SWV eenmalige uitkeringen hebben gedaan i.v.m. het aldaar behaalde resultaat over 2017 en 2018 (totaal uitgekeerd € 421.000,=)
  • een veel hogere bate gericht op grensverkeer Passend Onderwijs (aanvulling van € 172.000,=).

De overige overheidsbijdragen liggen 14% hoger dan de realisatie in 2017 en de realisatie is 121% meer dan in 2018 was begroot. De stijging ten opzichte van de begroting wordt verklaard uit het feit dat er gelden ontvangen zijn ten behoeve van cultuur, gymonderwijs en muziek (niet vooraf voorziene subsidies). De stijging t.o.v. 2017 wordt verklaard door een ontvangst in 2018 van een gemeente ivm buitengebruikstelling van een schoolgebouw.

De overige baten liggen 5% hoger dan in 2017 en de realisatie is 26% meer dan in 2018 was begroot. De huurbaten liggen hoger dan begroot. Sommige scholen hadden de huurbaten van de kinderopvang niet begroot. Bij KBS de Vlieger wordt meer ruimte verhuurd dan in 2017.

Lasten
De realisatie van de totale lasten is ongeveer 5% hoger dan de begroting en 6% hoger dan de lasten in kalenderjaar 2017.

De personele lasten zijn ten opzichte van de begroting 5% hoger. In vergelijking met 2017 zijn deze kosten 4% hoger. We hebben meer personeel ingehuurd dan was begroot, door de invoering van de nieuwe CAO PO (zie volgende alinea), door ingehuurd personeel m.b.t. het implementeren van de privacy wetgeving, en door hogere kosten gericht op (inzet personeel voor) ICT.

Door de nieuwe cao gold in 2018 een stijging van de lonen. Per 1 september zijn ze verhoogd met 2,5%, en daarnaast hebben de leraren per diezelfde datum een hogere salarisschaal gekregen, zij het dat deze verhoging wel verschilt per leraar. Verder hebben alle leraren in het primair onderwijs in oktober een eenmalige uitkering van 42% van hun nieuwe maandsalaris (naar rato van de aanstelling en aanstellingsduur) ontvangen, en hebben alle medewerkers in het primair onderwijs (dus ook de leraren) een eenmalige uitkering van 750 euro (naar rato van de aanstelling en aanstellingsduur) ontvangen.

We hebben ‘voorzien’ in een voorziening voor het mogelijk verrekenen van uitkeringen aan personen die niet door de instroomtoets van het participatiefonds komen. In 2018 is er € 55.244 gedoteerd aan de voorziening en is er een vrijval geweest van € 107.576.

De afschrijvingslasten liggen nagenoeg gelijk aan de begroting 6% hoger dan in 2017. In 2018 is in totaal € 1.848.000,= (€ 1.498.000,= in 2017) geïnvesteerd. Er was € 1.800.000,= begroot. De stijging t.o.v. 2017 wordt verklaard doordat er in 2018 met name meer is geïnvesteerd in ICT.

De huisvestingslasten zijn ten opzichte van de begroting 5% hoger. Ten opzichte van 2017 is er een stijging van 10%. De stijging t.o.v. 2017 wordt veroorzaakt doordat in 2018 huur is geïnd voor meerdere jaren van een school. De kosten voor schoonmaak liggen hoger dan begroot. En een aantal scholen is gegroeid in het aantal leerlingen en heeft meer lokalen in gebruik. Dit verklaart ook grotendeels de stijging t.o.v. de begroting.

De overige lasten zijn ten opzichte van de begroting 12% hoger. Ten opzichte van 2017 zijn ze 22% hoger. Bij de baten zijn niet begrote subsidies binnen gekomen voor o.a. cultuur en muziek. De kosten worden geboekt onder overige lasten en waren dus ook niet begroot. Daarnaast liggen de kosten voor ICT leermiddelen hoger dan begroot en verklaren ze deels de stijging t.o.v. 2017.





4.3. Treasurybeleid

Het treasurybeleid is conform het financieel beleid van onze stichting uitgevoerd. Het beleid is conform het voorschrift ‘Beleggen en belenen’ van het ministerie. Het gemiddeld gerealiseerd rendement bedraagt 0,1% in 2018 (2017 1,9%).
Een groot deel van de liquide middelen staat bij ASR vermogensbeheer. In een ‘Onderwijs Fonds’ worden de liquiditeiten van meerdere schoolbesturen door professionals van de ASR vermogensbeheer beheerd. Vanuit de voor ons belangrijke keuze betreffende betrouwbaarheid en waardevastheid van het Fonds ( i.p.v. gegarandeerd hoge rendementen). De portefeuille van het Fonds bestond voor het grootste deel uit obligaties van financiële ondernemingen, inclusief zogeheten covered bonds (obligaties met een onderpand als extra zekerheid). De liquide middelen worden voor korte looptijden vastgezet zodat wij indien gewenst snel en gemakkelijk middelen aan het fonds kunnen onttrekken, t.b.v. het inzetten voor specifieke/noodzakelijke doeleinden.





4.4. Continuïteitsparagraaf

Toekomstige ontwikkelingen

Kengetal 2018 2019 2020 2021
Personele bezetting:

–       Bestuur/management

–       Personeel primair proces

–       Ondersteunend personeel

 

28,12

285,92

37,83

 

28,60

284,31

37,85

 

28,28

282,25

37,23

 

27,46

282,81

33,98

Leerlingaantallen 4913 4919 4887 4853

 

In de bovenstaande tabel valt te lezen dat er tot 2022 een lichte daling van het aantal leerlingen wordt verwacht. De terugloop in het verwachte aantal (O)OP is hier het gevolg van.
In het kader van de krimp in het voedingsgebied van onze stichting wordt op lokaal niveau met voortduring overlegd over de toekomst van ons onderwijs c.q. van onze scholen. Dit kan op termijn leiden tot gezamenlijke huisvesting, vormen van samenwerking tussen scholen/besturen en/of fusies van scholen/besturen.

Besteedbaar vermogen

Het besteedbaar vermogen bestaat uit een algemene reserve en een bestemmingsreserve privaat. De resultaatbestemmingen worden in een meerjarenbegroting vastgelegd. De meerjarenbegroting 2019 e.v. is door het CvB in april 2019 vastgesteld en door de RvT goedgekeurd. Zie hieronder.

De meerjarenbegroting

Staat van Baten en Lasten Werkelijk 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Baten
Rijksbijdrage   €   31.629.275   €   31.942.245   €   32.005.846   €      32.355.991   €   32.678.699   €      32.743.496
Overige overheidsbijdragen en subsidies   €       193.050   €          67.111   €          63.800   €             56.218   €          56.218   €             56.218
Overige baten   €       606.811   €        427.539   €        422.772   €           424.851   €        422.619   €           424.724
Totaal Baten   €   32.429.136   €   32.436.895   €   32.492.418   €      32.837.060   €   33.157.536   €      33.224.438
Lasten
Personeelslasten   €   24.612.675   €   26.882.367   €   26.911.071   €      26.651.541   €   26.934.439   €      26.914.872
Afschrijvingen   €     1.308.692   €     1.459.953   €     1.480.970   €        1.374.424   €     1.305.073   €        1.315.450
Huisvestingslasten   €     2.239.654   €     2.220.757   €     2.201.634   €        2.189.884   €     2.196.384   €        2.197.384
Overige lasten   €     2.995.897   €     2.793.585   €     2.739.606   €        2.610.359   €     2.604.708   €        2.602.159
Totaal Lasten   €   31.156.918   €   33.356.662   €   33.333.281   €      32.826.208   €   33.040.604   €      33.029.865
Saldo Baten en lasten gewone bedrijfsvoering   €     1.272.218 – €        919.767 – €        840.863   €             10.852   €        116.932   €           194.573
Saldo Financiele bedrijfsvoering   €           4.759   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
Totaal resultaat   €     1.276.977 – €        919.767 – €        840.863   €             10.852   €        116.932   €           194.573

 

De begrote Rijksbijdrage OCW voor 2019 ligt hoger dan de gerealiseerde baten van 2018. Deze stijging wordt in het bijzonder veroorzaakt doordat er de stijging van de werkdrukmiddelen is opgenomen (€ 43 per leerling). De stijging is tevens langjarig opgenomen, en de verwachte indexering is ook verwerkt in de rijksbijdrage. De daling van de overige overheidsbijdragen komt doordat er in 2018 veelal incidentele baten zijn ontvangen welke niet langjarig worden verwacht. De daling van de overige baten is een gevolg van het feit dat detacheringsvergoedingen terug lopen. Daarnaast zijn er op schoolniveau incidentele baten ontvangen voor kortlopende projecten (bijv. realiseren groen plein), die om reden dat ze eenmalig zijn niet zijn opgenomen in de begroting.  De personele lasten liggen in de begroting hoger dan in 2018. In 2019 worden diverse projecten opgepakt en daarvoor is formatie ruimte opgenomen.

Door onvoorziene (rijks)bijdragen is het resultaat 2018 hoger dan begroot. Naast onvoorziene bijdragen vanuit het rijk zijn uit de samenwerkingsverbanden reserves uitbetaald. En we hebben een hogere bijdrage grensverkeer speciaal basisonderwijs ontvangen dan begroot (zie ook bladzijde 14). Om te voorkomen dat ons eigen vermogen te groot wordt is ervoor gekozen om opnieuw middelen vanuit het eigen vermogen in te zetten voor afgebakende projecten. Zie bladzijde 18.

Op basis van de meerjarenbegroting volgt hier de geprognosticeerde balans voor de komende vier jaar.

 

Geprognosticeerde balans

Balansprognose Werkelijk 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Activa
immateriele vaste activa   €                  –   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
materiele vaste activa   €     9.101.801   €     9.574.035   €     9.454.018   €        9.086.933   €     8.751.130   €        8.137.944
financiele vaste activa   €     5.329.452   €     5.329.452   €     5.329.452   €        5.329.452   €     5.329.452   €        5.329.452
Totaal vaste activa   €   14.431.253   €   14.903.487   €   14.783.470   €      14.416.385   €   14.080.582   €      13.467.396
voorraden   €                  –   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
vorderingen   €     2.481.553   €     2.570.588   €     2.586.313   €        2.618.169   €     2.636.587   €        2.630.115
effecten   €                  –   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
liquide middelen   €     3.908.737   €     3.079.142   €     2.267.485   €        3.013.961   €     3.369.642   €        3.871.644
Totaal vlottende activa   €     6.390.290   €     5.649.730   €     4.853.798   €        5.632.130   €     6.006.229   €        6.501.759
Totaal Activa   €   20.821.543   €   20.553.217   €   19.637.268   €      20.048.515   €   20.086.811   €      19.969.155
Passiva
algemene reserve   €   11.901.711   €   11.045.072   €   10.264.520   €      10.324.129   €   10.481.806   €      10.717.123
bestemmingsreserve publiek   €                  –   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
bestemmingsreserve privaat   €     2.328.179   €     2.328.179   €     2.328.179   €        2.328.179   €     2.328.179   €        2.328.179
overige reserves en fondsen   €       323.457   €        260.329   €        200.019   €           151.261   €        110.516   €             69.771
Totaal eigen vermogen   €   14.553.347   €   13.633.580   €   12.792.718   €      12.803.569   €   12.920.501   €      13.115.073
voorzieningen   €     3.381.646   €     3.848.496   €     3.783.982   €        4.241.287   €     4.148.418   €        3.841.036
langlopende schulden   €         14.566   €          11.663   €           8.760   €              5.857   €           2.954   €                   51
kortlopende schulden   €     2.871.984   €     3.059.478   €     3.051.808   €        2.997.802   €     3.014.938   €        3.012.995
Totaal overige passiva   €     6.268.196   €     6.919.637   €     6.844.550   €        7.244.946   €     7.166.310   €        6.854.082
Totaal Passiva   €   20.821.543   €   20.553.217   €   19.637.268   €      20.048.515   €   20.086.811   €      19.969.155

 

De mutatie van het eigen vermogen is het exploitatie resultaat. De mutatie van de voorziening is gebaseerd op het verwachte onderhoud voor de komende jaren. Dus de mutatie is de dotatie aan de voorziening en de geplande onttrekkingen, voor zowel binnen-, als buitenonderhoud.
Eind 2018 zijn er facturen verstuurd naar diverse gemeenten m.b.t. nieuwbouw van scholen, waardoor de vorderingen hoog zijn. In 2019 komt dit geld binnen en dalen de vorderingen en stijgen de liquide middelen.

 

Kastroom

Kasstroom Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Kasstroom uit operationele activiteiten
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
– Resultaat voor financiële baten en lasten – €        919.767 – €        840.862   €             10.851   €        116.932   €           194.572
– Aanpassingen voor
– – afschrijvingen   €     1.459.953   €     1.480.970   €        1.374.424   €     1.305.073   €        1.315.450
– – mutaties voorzieningen   €        466.850 – €          64.514   €           457.305 – €          92.869 – €           307.382
– – overige mutaties EV   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
– Veranderingen in vlottende middelen
– – vorderingen – €          89.035 – €          15.725 – €             31.856 – €          18.418   €              6.472
– – kortlopende schulden   €        187.494 – €           7.670 – €             54.006   €          17.136 – €              1.943
Ontvangen interest   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
Betaalde interest   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
Buitengewoon resultaat   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
Totaal Kasstroom uit operationele activiteiten   €     1.105.495   €        552.199   €        1.756.718   €     1.327.854   €        1.207.169
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
(Des)investeringen immateriële vaste activa   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
(Des)investeringen materiële vaste activa – €     1.932.187 – €     1.360.953 – €        1.007.339 – €        969.270 – €           702.264
(Des)investeringen financiële vaste activa   €                  –   €                  –   €                     –   €                  –   €                     –
Totaal Kasstroom uit investeringsactiviteiten – €     1.932.187 – €     1.360.953 – €        1.007.339 – €        969.270 – €           702.264
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Mutatie langlopende schulden – €           2.903 – €           2.903 – €              2.903 – €           2.903 – €              2.903
Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten – €           2.903 – €           2.903 – €              2.903 – €           2.903 – €              2.903
Mutatie liquide middelen
Beginstand liquide middelen   €     3.908.737   €     3.079.142   €        2.267.485   €     3.013.961   €        3.369.642
Mutaties liquide middelen – €        829.595 – €        811.657   €           746.476   €        355.681   €           502.002
Eindstand liquide middelen   €     3.079.142   €     2.267.485   €        3.013.961   €     3.369.642   €        3.871.644

 

De vermogenspositie van onze stichting is goed. Dit maakt dat er ruimte is om middelen vrij te maken voor onderwijskundige doeleinden en andere zaken die de kwaliteitsverbetering van de scholen en de stichting ten goede komen. Ingezet wordt op:

  • Realiseren toekomstbestendig onderwijs vanuit de nieuw opgestelde toekomstvisie
  • Versterken opbrengstgericht werken
  • Inspelen op het zich in de nabije toekomst aftekende lerarentekort
  • Inzetten op werving en behoud van kwalitatief personeel
  • Ondersteunen van organisatieveranderingen/samenwerkingsvormen vanwege krimp
  • Verstevigen doorgaande lijn met o.a. kinderopvang in eigen beheer
  • Profileren scholen/stichting
  • Behouden professionele communicatie intern/met ouders
  • Ontwikkelen van onze professionals (o.a. Catent academie/Jong Catent)
  • Investeren in ICT gebruik tijdens onderwijsleerproces
  • Vormgeven meerjarig ICT-scholingsprogramma
  • Implementeren Algemene Verordening Gegevensbescherming
  • Forse investering voor scholen voor het bieden van passend onderwijs. Er wordt ingezet op de volgende projecten:
    • Het stichtingsbreed ontwikkelen van een stappenplan voor diagnosticeren van taal- en leesproblemen
    • Verrijkingsgroep opzetten in de omgeving Ommen/Dalfsen/Lemelerveld, aangezien in dit gedeelte van het voedingsgebied van Catent te weinig aanbod is voor meer/hoogbegaafde leerlingen
    • Inzet op andere deskundigheid bij begeleiding van leerlingen met een arrangement. Op dit moment wordt vaak een onderwijsassistent ingezet. Bedoeling is daar leraarondersteuners of pedagogisch professionals voor in te gaan zetten
    • Scholen de mogelijkheid te geven een eenmalige impuls te geven aan het veranderen/verbeteren van een kwaliteitsaspect (doorlopende leerlijnen/groepsdoorbrekend werken/inzet ict e.d.).




4.5. Risicoparagraaf

Risicomanagement is een integraal onderdeel van onze organisatie. Het opstellen van een risicoanalyse stelt ons in staat om de risico’s die het behalen van doelstellingen van de organisatie bedreigen, te identificeren, te priorteren, te analyseren en te beheersen. Dit is een cyclisch proces.

Eind 2017 hebben we gedegen en uitgebreid de risico’s beschreven. Zaken ook die met voortduring onder de aandacht van het CvB moeten blijven. Vanuit dat overzicht hebben we in 2018 expliciet aandacht gegeven aan:

  1. Continuïteit en borging betreffende de aansturing van de organisatie (transitie College van Bestuur/staf)
  2. ICT: Onderwijsaanbod en AVG
  3. Personeel: kwantiteit en kwaliteit
  4. Taakzwaarte/ervaren werkdruk
  5. Verjuridisering in relatie tot communicatie/verbinding houden met ouders.

In 2019 worden de eerder vastgestelde risico’s opnieuw bij-/vastgesteld.





4.6. Prestatiebox

Er is een sterke samenhang tussen het stichtingsbeleid enerzijds en onze maatschappelijke opdracht anderzijds. Daarbij kan de maatschappelijke opdracht worden beschouwd als de resultante van de wensen van de stakeholders en de eisen die de overheid aan het onderwijs stelt.

Tevens richten wij ons op de ambities uit het bestuursakkoord 2014-2020: talentontwikkeling door uitdagend onderwijs, een brede aanpak voor duurzame onderwijsverbetering, professionele scholen en doorgaande ontwikkellijnen zijn daar een onderdeel van. De gelden prestatiebox worden ten behoeve van deze zaken binnen onze organisatie ingezet. Daarbij werken wij met een eigen allocatiemodel, dat gebaseerd is op beleidsrijk (meerjaren) begroten. Corresponderend met eigen (integraal) beleid. En dat betekent (dus) ook dat beleid niet gebaseerd wordt op afzonderlijke, al dan niet toevallige beschikbare budgetten. De verantwoording over resultaten, in lijn met het stichtingsbeleid /de beleidsonderdelen en onze budgettering, zijn onderdeel van de integrale managementrapportages die op verschillende niveaus worden aangeleverd en besproken.





4.7. Verantwoording middelen taakzwaarte

De middelen die wij vanuit het ministerie voor dit thema ontvangen worden door ons als een steun in de rug beschouwd bij het verlichten van de door professionals beleefde taakzwaarte. Zoals eerder is aangegeven is in 2018 het onderwerp besproken tussen CvB en GMR, CvB en directeuren, en in gesprekken met schoolteams. De rol van de medezeggenschap op de afzonderlijke scholen is daarbij expliciet belicht. In onze memo’s richting de directeuren hebben we er tevens tweemaaI aandacht aan besteed.
In vergaderingen op onze scholen is het thema inhoudelijk door de professionals zelf verder verkend. Vandaaruit zijn er concrete afspraken gemaakt over de te nemen maatregelen die per school leiden tot een vermindering van de taakzwaarte. Om tot overzichtelijke plannen te komen hebben de scholen een format gekregen waarmee op beknopte en overzichtelijke wijze het “Plan aanpak” kon worden vormgegeven. De uiteindelijke, door de PMR goedgekeurde, concrete plannen zijn bij het CvB ingediend, aldaar besproken en vastgesteld. Allereerst voor de periode 2018-2019. Scholen zijn meteen daarna uitgedaagd om na te denken over de periode 2019 e.v..

 

Bestedingscategorie Besteed bedrag 2018
Personeel € 288.007,=9
Materieel € 26.559,=
Professionalisering € 1.792,=
Overig € 2.856,=
Totaal € 319.214,=

 

Niet-financiële maatregelen
De scholen hebben heel bewust nagedacht over niet-financiële maatregelen en deze in de plannen opgenomen. Samengevat gaat het dan om maatregelen als:

  • Werken in units; met inzet ondersteunend personeel; waardoor ‘overdracht van zaken’ minder nodig is
  • Efficiënter, effectiever zaken regelen/oppakken (m.b.t. rapporten/oudercontacten etc.)
  • Aanpassen documenten die te maken hebben met administratie (o.a. eenduidige formats)
  • Kiezen voor methoden die het onderwijs ondersteunen i.p.v. zelf materiaal ontwikkelen
  • Keuzes maken in te ondernemen activiteiten, en prioriteren
  • Aanwezige expertise/talenten in teams anders/breder inzetten (werken vanuit specialisme)
  • Anders vergaderen (toepassen SCRUM)
  • Effectiever gebruik ParnasSys
  • ICT als middel om administratieve zaken efficiënt op te pakken
  • Studiedagen benutten als ‘werkbijeenkomsten’
  • Gesprekken blijven voeren over uit te voeren taken versus taakuren (werkverdelingsplan)
  • Toetsen anders inzetten
  • Specialisme ouders inzetten
  • Studenten andere taken geven/aantal studenten uitbreiden.




4.8. Europese aanbesteding

Centralisatie van inkoop is een middel om een kostenreductie te realiseren. Daarnaast worden scholen ontlast en worden contracten beter beheerd. Boven de wettelijke drempelbedragen is bij toepassing hiervan Europese aanbesteding verplicht. Wij volgen deze procedure strikt.

In 2018 zijn de volgende aanbestedingen gedaan en/of voortgezet:

  • Sinds eind 2016 participeren we, samen met meerdere besturen en het Onderwijsbureau Meppel, binnen het project Zonnescholen. De uitrol van dit project is gestart in 2017 en voortgezet in 2018. Dit project vindt verdere voortgang in 2019
  • Het gebruik van multifunctionals van KonicaMinolta is verlengd voor de periode van een jaar (oktober 2018 tot en met oktober 2019). In 2019 wordt een nieuwe aanbesteding uitgezet voor deze multifunctionals
  • Energie voor Scholen m.b.t. gas en elektra is in 2018 voortgezet. In 2018 is een nieuwe commitmentverklaring voor de periode van 2021 -2025 door Catent ondertekend
  • ICT beheer via Heutink ICT is in 2018 voortgezet
  • Audio Visuele middelen via Noordhuis is in 2018 voortgezet
  • M.b.t. het aanschaffen van hardware heeft, volgens contract, de jaarlijkse minitender plaatsgevonden. Het resultaat is dat we (net als in 2017) hardware betrekken via ARP




5
Huisvesting




5.1. Huisvesting/duurzaamheid

Zoals hiervoor is aangegeven is de start gemaakt met het project Zonnescholen. Vanuit dit project worden op verschillende scholen zonnepanelen geplaatst. Hierdoor lopen de energielasten terug, wat naar verwachting in gelijke mate gecompenseerd wordt door de afschrijvingslasten van de zonnepanelen. Als de panelen na tien jaar zijn afgeschreven, hebben de scholen het voordeel van lage energiekosten. In 2017 alsook in 2018 zijn er steeds bij zes scholen panelen geplaatst. In 2019 zijn er tot op heden voor vier scholen de plaatsing van de panelen ingepland. Dit maakt dat ongeveer de helft van onze scholen al van panelen is voorzien.

Bij verbouwing van schoolgebouwen is gekeken hoe verbetering van het binnenklimaat meegenomen wordt. Bij onze overige scholen waar het binnenklimaat onvoldoende is zijn acties in gang gezet.





6
Communicatie




6.1. Communicatie

Goed met elkaar communiceren is één van de belangrijkste kenmerken van een professionele cultuur: openheid, eerlijkheid, echt naar elkaar luisteren en proberen elkaar te begrijpen staat binnen onze organisatie centraal. De laatste jaren is door het vele gebruik van allerlei sociale media de noodzaak om goed te communiceren alleen maar toegenomen. Mede om die reden zijn beleidsstukken aangescherpt (zie 3.4.11). In 2018 zijn we ook gaan werken binnen een eigen Office365 en SharePoint omgeving. Daarmee wordt aangesloten bij het programma dat verschillende scholen al gebruiken en krijgt communicatie met medewerkers/ouders eenduidig gestalte. Documenten en informatie worden eenvoudiger gedeeld, en binnen een centraal binnen de organisatie werkend ‘portaal’ vinden we elkaar makkelijker. Om onze medewerkers met de mogelijkheden van het systeem (beter)bekend te maken is scholing ingezet onder begeleiding van Windesheim. De huidige inrichting wordt, zeker ook vanuit het perspectief van het compliant zijn aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming, steeds meer verfijnd. Dit proces loopt door in 2019.





7
Verslag Raad van Toezicht (RvT)




7.1. Inleiding

Op grond van onze statuten toetst de RvT of het CvB bij zijn beleidsvorming en de uitvoering van zijn bestuurstaken oog houdt op het belang van de stichting in relatie tot de maatschappelijke functie van de stichting, en een zorgvuldige en evenwichtige afweging maakt van de belangen van allen die bij de stichting betrokken zijn. De RvT oefent voorts die taken en bevoegdheden uit die haar in de statuten zijn opgedragen en toegekend. De RvT heeft de aan hen toebedeelde vier rollen (toezichthouder, werkgever, sparringpartner, goedkeuring geven) goed in uitvoering.





7.2. Samenstelling Raad van Toezicht in 2018

De RvT kent een samenstelling die voldoende spreiding van deskundigheden en maatschappelijke achtergronden waarborgt. Tevens is er een afgevaardigde door de GMR aangewezen.

De RvT in 2018 bestond uit:

  • De heer R.W.J. van Kessel, voorzitter, tevens voorzitter remuneratie commissie
  • De heer D.J. Vreeswijk, lid remuneratie- en voorzitter auditcommissie
  • Mevrouw M.J.E. Verhoef-Cohen
  • Mevrouw P.A. Petersen
  • De heer J. van Iersel, vicevoorzitter, tevens lid auditcommissie.

Uit het hiervoor genoemde blijkt dat er twee vaste commissies zijn, de auditcommissie en de remuneratiecommissie. Beiden hebben een adviserende rol naar de voltallige RvT. Daarnaast bespreekt de auditcommissie met een financieel afgevaardigde uit het CvB en de accountant de begroting, de managementletter, de jaarrekening en het accountantsverslag. Individuele leden van de RvT hebben een ‘aandachtsveld’ verkozen (mevr. Verhoef: onderwijs/kwaliteit, mevr. Petersen: personeel, dhr. van Kessel: identiteit). Over zaken dit aandachtsveld betreffende spreken zij – gevraagd of ongevraagd – met (een lid van) het CvB. En geven zij een terugkoppeling dan wel hebben zij een adviserende rol naar de voltallige RvT.





7.3. Zittingstermijn

De leden van de RvT treden periodiek af volgens een door de raad opgesteld rooster van aftreden. Leden van de RvT worden voor maximaal twee termijnen van vier jaar benoemd.
De RvT mag het rooster van aftreden te allen tijde wijzigen, als zij daarvoor geëigende redenen ziet die niet in tegenspraak zijn met de wet, statuten of landelijke governance code. Tijdens de vergadering van 04-12-2018 is door de RvT besloten om de zittingsduur van de voorzitter en de leden aan te passen. Dit op basis van op dat moment voor de organisatie van groot belang zijnde lopende trajecten (o.a. transitie CvB/discussie rondom identiteit/statutenwijziging).





7.4. Honorering

Per 1 januari 2015 is de Wet normering topinkomens (WNT-2) in werking getreden. Deze wet bepaalt de maximale vergoeding van bestuurders en de honorering van de toezichthouders in de (semi-)publieke sector. Het is aan de RvT om binnen de kaders van de WNT de hoogte van de vergoeding van haar leden te bepalen. De RvT heeft in de vergadering van 26 januari 2016 de honorering vastgesteld voor vier jaar (tot 1 januari 2020):

Honorering lid RvT:
€ 7.500,00 exclusief BTW per jaar

Honorering voorzitter RvT:
€ 9.000,00 exclusief BTW per jaar

De keuze voor genoemde vergoeding is gebaseerd op de classificatie van de onderwijsinstelling in de WNT. De WNT-classificatie is een graadmeter voor de complexiteit van de instelling en de reikwijdte die de raad van toezicht moet omspannen in het werk. Het bepaalt mede de omvang van de bestuurlijke aansprakelijkheid waar de RvT onder valt. Volgens de WNT-classificatie valt Catent onder klasse D. De RvT heeft voor een lagere classificatie gekozen m.b.t. de eigen honorering.





7.5. Vergaderingen

De RvT is in 2018 acht maal in een reguliere vergadering bijeen geweest, samen met het CvB. Conform de jaarcyclus zijn stukken zoals het jaarplan, de (meerjaren)begroting, het bestuurs-  verslag en de jaarrekening besproken en goedgekeurd.

In 2018 zijn daarnaast de volgende onderwerpen besproken:

  • De door het CvB opgestelde risicoanalyse: door de RvT vastgesteld
  • Visie op levensbeschouwelijke identiteit: notitie en brochure door de RvT goedgekeurd
  • Statuten: start gemaakt met aanpassing; proces loopt door in 2019
  • Aanpak implementatie van de AVG: RvT is akkoord met benoemen externe adviseur gedurende periode mei- december 2018, en met het benoemen van een interne FG met ingang van 1 januari 2019
  • Offertes en aanvraag daartoe bij verschillende accountantsbureaus voor de jaarrekeningcontrole: besluitvorming door RvT gericht op afsluiten nieuw contract voor de periode 2018-2020
  • Managementrapportages (financieel): voortgang in relatie tot de begroting is kritisch bezien
  • Trends m.b.t. onderdelen personeel en financiën: besproken in samenspraak met het CvB
  • Onderwijskundige ontwikkelingen binnen de stichting/de scholen: besproken in samenspraak met het CvB
  • Krimp in ons voedingsgebied: besproken in samenspraak met het CvB en afgetast waar mogelijke samenwerking met partners kan worden onderzocht/opgestart
  • Profielschets, benoemingsprocedure, advertentietekst en informatiepakket m.b.t. de werving- en selectie procedure nieuw lid CvB.: de onderdelen hiervoor genoemd zijn vastgesteld
  • Het rooster van aftreden van de RvT: zoals eerder aangegeven is het rooster aangepast
  • Het oprichten van een aparte stichting voor en kinderopvang: besluit tot oprichting stichting is genomen en opdracht tot opstellen statuten is uitgezet
  • Nieuw visiedocument: door de RvT goedgekeurd.

Zoals gebruikelijk heeft de RvT de jaarlijkse functioneringsgesprekken gevoerd met de CvB- leden. En is er tweemaal overleg/contact geweest met de GMR.
In 2017 is een start gemaakt met een rondgang langs de scholen. De intentie is om jaarlijks een paar scholen te bezoeken. In 2018 hebben in verband met andere prioriteiten geen schoolbezoeken plaatsgevonden. In 2019 wordt dit opgepakt.

Met betrekking tot de financiële positie van onze stichting heeft de RvT uitgesproken dat deze ook in 2018 gezond is gebleven. De rentabiliteit (het in evenwicht zijn van de inkomsten en uitgaven) staat op 4%, en is t.o.v. 2017 sterker geworden. Dit geeft vertrouwen naar de toekomst. Ook kunnen we afdoende voldoen aan de korte-termijn-verplichtingen aangezien de current ratio op 2,23 uitkomt, hetgeen overeenkomt met wat verwacht mag worden. Gericht op de lange-termijn-verplichtingen is er eveneens geen zorg.





Notice: Undefined variable: jsArray in /subdomains/jaarverslag/2018/wp-content/themes/ccswipe/footer.php on line 4